Wat is ADHD
Informatie voor patienten, ouders, verzorgenden en leerkrachten.
Wat zijn de basiskenmerken? [klik hier voor het antwoord]
De letters A D H D staan voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands noemen we ADHD officieel: een aandachtstekortstoornis met of zonder hyperactiviteit. Onder aandachtstekort verstaan wij dat het betreffende kind problemen ondervindt zijn aandacht gedurende langere tijd ergens bij te houden.
ADHD is een naam voor een gedragsstoornis met de kenmerken:
- aandacht- en concentratiestoornissen
- impulsiviteit
- hyperactiviteit
De letters ADHD staan volgens sommigen vooral voor: Alle Dagen Heel Druk. Dat klopt niet altijd. Niet alle kinderen met ADHD zijn EVEN druk en ze zijn ook niet ALTIJD druk. Bovendien is het druk-zijn niet het enige probleem. Ook het onvermogen de aandacht te richten op één ding en dat een tijd vol te houden, is het kenmerk van ADHD. Kinderen met ADD, de niet drukke vorm van ADHD, hebben vooral hiermee problemen. De 3 hierboven genoemde kenmerken moeten al vroeg (voor het 6e jaar) aanwezig zijn en niet het gevolg zijn van andere oorzaken zoals lichamelijke of geestelijke ziekten of zeer ongunstige omgevingsfactoren. Daarnaast moeten de kenmerken enerzijds al langer dan een half jaar bestaan en anderzijds in meerdere situaties voorkomen (dat wil zeggen dat het kind bijvoorbeeld thuis en op school verschijnselen moet hebben).
Het verwarrende is dat zelfs kinderen met ADHD niet ALTIJD druk zijn, en niet ALTIJD snel afgeleid. Ze kunnen zich vaak wel goed concentreren op spannende films, op computerspelletjes of op andere zaken die hen interesseren. Buitenstaanders zeggen soms wel: ze kunnen het wel als ze het maar willen. In andere gevallen kost het ze juist veel meer inspanning dan andere kinderen om hun aandacht bij dingen, die hen minder interesseren of niet leuk of boeiend vinden, te houden.
Wat zijn de symptomen? [klik hier voor het antwoord]
Het beeld van ADHD verandert snel met de leeftijd. Bij jonge kinderen staan de gedragsproblemen met hyperactiviteit op de voorgrond.
Bij schoolgaande kinderen zijn er problemen met taakgericht gedrag, waardoor de schoolprestaties afnemen, en zien we problemen in de omgang met leeftijdgenoten en met zaken als zelfbeeld en zelfvertrouwen.
Bij pubers zijn er vaak problemen met de contacten met leeftijdgenoten, is er een risico op overmatig gebruik van nicotine, alcohol en drugs en zien we b.v. meer ongelukken in het verkeer.
Op de jongvolwassen leeftijd worden problemen met werk en studie steeds duidelijker.
De invloed van ouders, docenten en therapeuten op het gedrag neemt met het ouder worden af, terwijl jongeren met ADHD het nog lang niet redden zonder dagelijkse leiding en toezicht.
Hoe vaak komt het voor? [klik hier voor het antwoord]
ADHD komt in alle landen en culturen voor. Gemiddeld worden er percentages van 3 tot 10% van de schoolgaande jeugd genoemd. In Nederland heeft de Gezondheidsraad zich uitgesproken over een percentage van 2-8% van de schoolgaande kinderen tot 14 jaar, waarbij 2% zeer ernstige symptomen heeft en het bij 3 tot 6% van de kinderen in lichtere mate voorkomt. Het is bekend dat ADHD vaker bij jongens dan bij meisjes voorkomt; geschat wordt twee tot vier keer zo vaak.
Bijkomende stoornissen
ADHD gaat vaker dan gemiddeld samen met andere stoornissen. Deze kunnen het gevolg zijn van ADHD, maar veel vaker betreft het een tweede of derde stoornis naast de ADHD. In vaktermen wordt dit ook wel co-morbiditeit genoemd.
Het gaat hier o.m. om de volgende stoornissen.
Contactstoornissen [klik hier]
Deze stoornissen worden ook wel stoornissen in het autistisch spectrum of spectrumstoornissen genoemd. Deze stoornissen komen vaak voor bij ADHD en omgekeerd komen bij spectrumstoornissen vaak ADHD verschijnselen voor.
Er kunnen 4 groepen contactstoornissen worden onderscheiden:
- Het 'klassieke' autisme, waarbij de kinderen vaak verstandelijk beperkt zijn, geen wederkerig contact kunnen maken, geen oogcontact maken, niet graag aangeraakt willen worden en weinig mimiek vertonen.
- De tweede vorm is de z.g. PDD-nos, de Pervasive Developmental Disorder, not otherwise specified. Vrij vertaald wil dit zeggen: ontwikkelingsstoornis op alle terreinen die niet verder geclassificeerd kan worden en dus een soort vergaarbak is van contactstoornissen die niet tot andere categorieën behoren. In Nederland noemen we dit vaak een aanverwante (aan autisme verwante) contactstoornis. Een kind dat in deze groep valt, is een apart kind en vaak een eenling die andere kinderen niet goed begrijpt, omdat hij sociaal en communicatief tekortschiet en vaak taal letterlijk neemt. De diagnose wordt bij kinderen die slechts lichte verschijnselen vertonen vaak (te) laat of in het geheel niet gesteld.
- De derde groep is zeldzamer en wordt gevormd door het Syndroom van Asperger. Het zijn kinderen met contactstoornissen en een meestal goede intelligentie. Hieronder vallen ook de HFA (High Functioning Autists) de 'intelligente autisten', zoals neergezet door Dustin Hofman in de film 'Rainman'. Deze kinderen zijn breedsprakig, praten ouwelijk over bizarre hobby's en weten soms heel veel van heel weinig. Zij hebben moeite met het aanleren van sociale vaardigheden en zijn vaak eenlingen. Een sociale vaardigheidstraining helpt hen vaak goed.
- Tot slot is er de zeer zeldzame groep kinderen met het syndroom van Rett, waarbij er sprake is van een chromosoomafwijking. Deze kinderen hebben aanvankelijk een normale ontwikkeling maar vertonen daarna een snel achteruitgaande ontwikkeling.
Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (ODD: oppositional defiant disorder) [klik hier]
40-60% van de kinderen met ADHD heeft ook ODD en/of CD (conduct disorder, zie verder onder punt 3). Zij zijn vaak tegen de draad in, hebben weinig geduld, zijn snel boos en voelen zich gauw beledigd. Regels lappen ze aan hun laars, of ze gaan er eindeloos over in discussie en onderhandeling. Deze kinderen vloeken dikwijls, maken vaak hatelijke opmerkingen en gebruiken vaak grove taal.
Agressieve gedragsstoornis (CD: conduct disorder) [klik hier]
Kinderen met CD zijn vaak opstandig en ongehoorzaam, net als kinderen met ODD. Het verschil is dat zij daarnaast ook gemeen of gewelddadig gedrag vertonen: liegen, stelen, anderen opzettelijk (lichamelijk) kwetsen en benadelen en spullen van anderen vernielen.
Leerstoornissen [klik hier]
Denk hierbij b.v. aan:
- Dyslexie (leesstoornis)
- Dyscalculie (rekenstoornis)
- Dysorthografie (spellingsstoornis)
- Dyspraxie (bewegingsstoornis)
- Dysfasie (spraak-taalstoornissen)
- NLD of Non verbal Learning Disorder
20-30% van de kinderen met ADHD heeft last van een leerstoornis. Zowel ADHD als leerstoornissen zijn erfelijk, misschien bestaat er wel een verband.
Angst- en stemmingsstoornissen [klik hier]
Deze kinderen zijn meer dan gemiddeld bang en verdrietig. Hun angsten en zorgen staan niet in verhouding tot de werkelijke problemen. Kinderen met ADHD hebben in ongeveer 25% van de gevallen last van angststoornissen, het gaat dan vaker om meisjes. Een angststoornis bij ADHD is voor een groot deel erfelijk bepaald en beperkt het kind in zijn functioneren. Denk hierbij aan angsten voor speciale zaken (dieren, hoogtevrees) of voor sociale situaties (school, contact met andere kinderen). Ook bang zijn in het donker of niet kunnen slapen zonder licht heeft een negatieve invloed op gedrag. Cognitieve gedragstherapie (leren en begrijpen hoe je met de angst kunt omgaan) is vaak de eerste keus voor behandeling.
Faalangst [klik hier]
Faalangst is eigenlijk geen bijkomstige aandoening, maar is het gevolg van alle negatieve aandacht. Ook een negatief zelfbeeld is het gevolg van deze ervaringen. Het kind doet goed zijn best op school, maar het lukt hem niet goed te presteren. Hij komt dan in een negatieve spiraal die al snel leidt tot faalangst en geen zin meer hebben naar school te gaan.
Depressie [klik hier]
Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen primaire en secundaire depressie. Een primaire depressie heeft o.m. kenmerken van somberheid, een negatief zelfbeeld, motorische onrust en concentratiestoornissen. Deze verschijnselen kunnen ook voorkomen bij ADHD. Secundaire depressieve klachten worden veroorzaakt door alle negativiteit die het kind met ADHD doormaakt. Het 'zit niet goed in zijn vel' en wil er in extreme gevallen een eind aan maken. Deze secundaire vorm verdwijnt bij het geven van medicatie en goede begeleiding. De zeldzame primaire vorm wordt juist erger onder invloed van medicijnen.
Manische depressie [klik hier]
Manische depressiviteit komt bij ADHD zelden voor.
Drang- en dwangstoornis [klik hier]
Drang-en dwangstoornis (in de medische wereld OCD of Obsessive Compulsive Disorder genoemd), is een stoornis die ook samen met de ADHD voor kan komen. De dwangverschijnselen zijn b.v. wasdwang, of controle op het dicht zijn van een deur, of lopen op bepaalde stoeptegels en dergelijke. Iedereen heeft wel wat van deze eigenschappen, maar bij een stoornis moeten de eigenschappen zoveel last veroorzaken dat het leven aangepast moet worden om normaal te blijven functioneren.
McDD [klik hier]
Bij McDD of Multiple-complex Development Disorder (meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis) hebben kinderen (en volwassenen) last van:
- Het niet in bedwang kunnen houden van emoties, wat leidt tot onvoorspelbare woedeaanvallen, of angst die ontaardt in paniek;
- Sociale ongevoeligheid: gebrek aan invoelingsvermogen voor sociale signalen en sociale desinteresse, wat leidt tot eenzaamheid;
- Moeite met het maken van onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid, ze hebben bizarre fantasieën en hun gedachten springen van de hak op de tak.
Slaapproblemen [klik hier]
Slaapproblemen zijn een veelvoorkomend verschijnsel bij kinderen met ADHD. De kinderen hebben inslaapproblemen, ze slapen vaak ook korter dan gemiddeld en soms onrustiger. Van de baby's met inslaapproblemen blijkt later ongeveer een kwart ADHD te hebben. Slaapproblemen kunnen ook veroorzaakt worden door angst om te gaan slapen. Slaapproblemen kunnen overigens ook veroorzaakt worden door bovenste luchtwegklachten, zoals bij astma, luchtweginfecties en bij grote amandelen. Verschijnselen hierbij zijn vaak luid snurken, moeilijke of luide ademhaling tijdens het slapen, of slaap-apnoe (kortdurend stoppen met ademen in de slaap).
Ticstoornissen [klik hier]
10% van de kinderen met ADHD heeft last van tics: grimassen of trekkingen in het gezicht of plotselinge bewegingen met armen of benen. Ook snurken, kuchen en neusophalen kunnen duiden op een ticstoornis.
Motorische stoornissen [klik hier]
Veel kinderen met ADHD hebben problemen met de motoriek, vooral hun fijne motoriek. Het dichtknopen van hun jas, strikken van veters, tekenen en schrijven zijn moeilijker voor hen. Een tegenwoordig internationaal gebruikte term is DCD (developmental coödination disorder). Ook dyspraxie valt hieronder. Een kind met dyspraxie heeft moeite met het plannen en uitvoeren van bewegingen. Wat bij een ander kind door oefening een automatisme wordt (b.v. op de fiets stappen en wegfietsen), blijft voor hen een opgave. De buitenwereld ziet een onhandig en 'lomp' kind. Het stimuleren van sportactiviteiten in combinatie met (kinder)fysiotherapie is in deze gevallen zinvol. Ritalin medicatie heeft bij een aantal kinderen een duidelijke positieve invloed op het handschrift. Meestal nemen de verschijnselen in de loop van de jaren af of hebben ze in elk geval minder invloed op het dagelijks functioneren.
Bronnen [klik hier]
Landelijk Basisprogramma ADHD bij kinderen en jeugdigen 2007,Trimbos instituut
Postbus 725,3500 AS UTRECHT, ISBN: 978-90-5253-591-3
Multidisciplinaire Richtlijn ADHD, 2005,ISBN: 90-5253-525-6
Stuiterend door het leven. Drs. Rob Rodriques Pareira, kinderarts, 2005. ISBN: 90-6611-130-5
Het is ADHD,Oudervereniging Balans, Arga Paternotte en Prof. Dr. Jan Buitelaar, jan 2005 ISBN: 90-313-4564-4



